Vanuit deze bekommernis werd een inspanning geleverd om met de begroting 2008
opnieuw aan te knopen met een structureel evenwicht. Vanaf 2009 worden
stapsgewijs structurele overschotten opgebouwd. Deze moeten tegen het einde van
de legislatuur minstens 1% van het BBP bedragen. Op deze manier wordt tegen 2011
nagenoeg opnieuw aangesloten bij het overschot bepaald in de aangepaste wet op
het Zilverfonds en aanbevolen door de Afdeling Financieringsbehoeften van de
Hoge Raad van Financiën. De inspanning tot opbouw van overschotten zal de
daaropvolgende jaren moeten worden voortgezet, volgens de aanbevelingen van de
Hoge Raad van Financiën moet tegen 2019 een overschot van 2% van het BBP
gerealiseerd worden. Onderstaande grafiek illustreert de impact van het hoger
geschetste scenario op een aantal belangrijke parameters van de
overheidsfinanciën.
Grafiek 1

Het budgettair beleid als onderdeel van een globale strategie
Zoals hoger reeds aangegeven, vormt het hierboven geschetste budgettair
beleid slechts een beleidslijn uit een meer globale strategie. Het zou verkeerd
zijn de strategie voor het opvangen van de gevolgen van de vergrijzing enkel op
een budgettaire pijler te stoelen. Een aantal andere beleidsdomeinen moeten
eveneens een belangrijke bijdrage leveren. Door het bevorderen van de
werkgelegenheid en meer algemeen de economische groei, wordt het financieel
draagvlak voor het opvangen van de kosten van de vergrijzing verstevigd. Doordat
steeds meer mensen afhankelijk zullen zijn van de sociale zekerheid, wordt een
sterke en solidaire sociale zekerheid nog belangrijker. Het regeerakkoord
voorziet in een geheel van maatregelen op de aangehaalde beleidsdomeinen. Deze
werden reeds toegelicht in hoofdstuk 5.
(1) De Afdeling
Financieringsbehoeften heeft het begrip houdbaarheid als volgt gedefinieerd:
“Houdbaarheid moet dan gezien worden als een situatie waarbij de overheid bij
een nagenoeg constant ontvangstenniveau de demografische druk op een deel van
haar uitgaven kan opvangen zonder dat het aandeel van de andere primaire
uitgaven in het BBP in de verdrukking komt en zonder dat het realiseren van een
aantal normen op het niveau van de overheidsfinanciën in gevaar komt.”