NL  |   | 
Contact | Help | Sitemap       Zoeken:   Search .be

Belgisch Stabiliteitsprogramma

2008 - 2011

 

U bent hier : Belgisch Stabiliteitsprogramma breadcrumb image De houdbaarheid van de openbare financiën op lange termijn breadcrumb image Eén strategie, drie beleidslijnen

DRIE FUNDAMENTELE BELEIDSLIJNEN

decoratief_ element_2

De vergrijzing van de bevolking is voor de Belgische gezagvoerders één van de belangrijkste uitdagingen van de komende decennia. Om deze uitdaging aan te gaan werd een coherente strategie ontwikkeld. Deze strategie omvat drie fundamentele beleidslijnen:

  • Budgettair: de overheidsschuld verder afbouwen en de nodige reserves aanleggen in het Zilverfonds;
  • Economisch: de verhoging van de werkgelegenheidsgraad en de stimulering van de economische activiteit;
  • Sociaal: voort bouwen aan een sterke en solidaire sociale zekerheid.

Eén strategie, drie beleidslijnen

Het begrotingsbeleid

Het begrotingsbeleid vormt een essentieel onderdeel van een globale strategie om de effecten van de vergrijzing op te vangen. In het vooruitzicht van een toename van de uitgaven in verband met de toekomstige sociaal-demografische schok, moeten de budgettaire marges en verplichtingen op lange termijn worden geanalyseerd. Er dient ook bijzondere aandacht uit te gaan naar de houdbaarheid(1) van de openbare financiën op lange termijn. Teneinde het toekomstige begrotingsbeleid niet zwaar te hypothekeren is het dus van belang vooruit te lopen op die veranderingen teneinde de last over verschillende generaties evenwichtig te verdelen. Door de oprichting van het Zilverfonds en de desbetreffende jaarlijkse procedure past het begrotingsbeleid zich dus in een langetermijnperspectief in.

Een van de voornaamste doelstellingen van het begrotingsbeleid is de schuldgraad voldoende af te bouwen zodat in de toekomst het gewicht van de interestlasten op de overheidsschuld daalt. De aldus gecreëerde ruimte kan dan onder meer worden gebruikt om de toenemende uitgaven voor sociale bescherming op te vangen zonder dat in andere uitgaven moet worden gesnoeid of de ontvangsten moeten worden verhoogd.

 


Vanuit deze bekommernis werd een inspanning geleverd om met de begroting 2008 opnieuw aan te knopen met een structureel evenwicht. Vanaf 2009 worden stapsgewijs structurele overschotten opgebouwd. Deze moeten tegen het einde van de legislatuur minstens 1% van het BBP bedragen. Op deze manier wordt tegen 2011 nagenoeg opnieuw aangesloten bij het overschot bepaald in de aangepaste wet op het Zilverfonds en aanbevolen door de Afdeling Financieringsbehoeften van de Hoge Raad van Financiën. De inspanning tot opbouw van overschotten zal de daaropvolgende jaren moeten worden voortgezet, volgens de aanbevelingen van de Hoge Raad van Financiën moet tegen 2019 een overschot van 2% van het BBP gerealiseerd worden. Onderstaande grafiek illustreert de impact van het hoger geschetste scenario op een aantal belangrijke parameters van de overheidsfinanciën.

Grafiek 1

Het budgettair beleid als onderdeel van een globale strategie

Zoals hoger reeds aangegeven, vormt het hierboven geschetste budgettair beleid slechts een beleidslijn uit een meer globale strategie. Het zou verkeerd zijn de strategie voor het opvangen van de gevolgen van de vergrijzing enkel op een budgettaire pijler te stoelen. Een aantal andere beleidsdomeinen moeten eveneens een belangrijke bijdrage leveren. Door het bevorderen van de werkgelegenheid en meer algemeen de economische groei, wordt het financieel draagvlak voor het opvangen van de kosten van de vergrijzing verstevigd. Doordat steeds meer mensen afhankelijk zullen zijn van de sociale zekerheid, wordt een sterke en solidaire sociale zekerheid nog belangrijker. Het regeerakkoord voorziet in een geheel van maatregelen op de aangehaalde beleidsdomeinen. Deze werden reeds toegelicht in hoofdstuk 5.


(1) De Afdeling Financieringsbehoeften heeft het begrip houdbaarheid als volgt gedefinieerd: “Houdbaarheid moet dan gezien worden als een situatie waarbij de overheid bij een nagenoeg constant ontvangstenniveau de demografische druk op een deel van haar uitgaven kan opvangen zonder dat het aandeel van de andere primaire uitgaven in het BBP in de verdrukking komt en zonder dat het realiseren van een aantal normen op het niveau van de overheidsfinanciën in gevaar komt.”

Laatste wijziging : 09-06-2008
 

©2006 Belgian Federal Government  | Disclaimer |  Privacy