In 2007 werden volgens de ramingen van het
Instituut voor de Nationale Rekeningen de overheidsrekeningen afgesloten
met een tekort van 0,2% van het BBP. De vooropgestelde doelstelling van
een overschot van 0,3% van het BBP werd niet gehaald, onder meer door
het niet uitvoeren van de in de begroting voorziene eenmalige
maatregelen.
Tegen de achtergrond van de stijgende inflatie,
een wereldwijde economische vertraging en toenemende
vergrijzingsuitgaven, werd voor 2008 een begroting in evenwicht
ingediend. Dit was slechts mogelijk door een uiterst voorzichtig
uitgavenbeleid en een bijdrage van alle deelsectoren.
In het regeerakkoord heeft de regering zich
geëngageerd om vanaf 2009 voor de gezamenlijke overheid een structureel
overschot te realiseren. Dit moet oplopen tot ten minste 1% van het BBP
tegen het einde van de legislatuur, in 2011. Op die manier wordt op het
einde van de regeerperiode opnieuw nauw aangesloten bij de
oorspronkelijke doelstelling opgenomen in de aangepaste wet op het
Zilverfonds.
De regering wil dit doel bereiken via een billijk
evenwicht tussen de uitgavenbeheersing en de groei van de inkomsten. Met
de gemeenschappen en gewesten zal ze de bijdrage bepalen van elke
overheid, inclusief de lokale besturen, tot de realisatie van deze
gezamenlijke doelstelling. De federale regering zal in de loop van
de maand juli een begrotingscontrole houden. Bij de opmaak van de
begroting 2009 zal ook een voorafbeelding gemaakt worden voor de
volgende jaren.
Dit engagement moet het ons land mogelijk maken
verder te werken aan het terugdringen van de schuldgraad om de
aankomende vergrijzingskosten op een duurzame manier het hoofd te kunnen
bieden. In 2007 bedroeg de schuldgraad van de gezamenlijke overheid
84,9% van het BBP (inclusief de door het Fonds voor
Spoorweginfrastructuur aangehouden schuld). De schuldgraad zal in de
toekomst verder dalen, en zou eind 2011 nog 71,1% van het BBP bedragen.