De Begroting 2008, waarvan de voorbereiding in
bijzondere omstandigheden gebeurde, werd begin maart 2008 afgewerkt. Zij
werd, wat de conjuncturele context betreft, zoals gebruikelijk opgemaakt op
basis van de Economische Begroting die op 8 januari 2008 opgesteld was door
het Instituut voor de Nationale Rekeningen.
Teneinde deze vooruitzichten op te stellen, heeft het
Federaal Planbureau, wat de internationale context betreft, zich vooral
gebaseerd op de verwachtingen die voortvloeien uit de vooruitzichten van
december 2007 van de OESO.
De globale economische toestand en de
groeiperspectieven op korte termijn zijn begin 2008 bijzonder onduidelijk.
Het conjuncturele kader dat in aanmerking genomen werd voor de opmaak van de
Begroting, is redelijk gebleken op basis van de gegevens die beschikbaar
waren op het ogenblik dat de Begroting werd voorbereid.
Sinds het einde van de zomer van 2007 waren er
aanhoudende turbulenties op de financiële markten. De weerslag van deze
turbulenties op de reële economie is ongetwijfeld merkbaar maar zowel de
duur als de omvang daarvan kunnen moeilijk nauwkeurig geëvalueerd worden. De
belangrijkste gevolgen treffen de Amerikaanse economie. Volgens de
tussentijdse evaluatie van midden maart van de OESO, zou de groei van de
Amerikaanse economie in de eerste helft van het jaar ongeveer nul blijven.
Wat de erop volgende periode betreft, blijft de weerslag van de door de
Amerikaanse monetaire en fiscale autoriteiten genomen maatregelen om de
activiteit te steunen, zeer onduidelijk. Globaal gezien lijkt het
noodzakelijk de economische groeivooruitzichten in de VS duidelijk naar
beneden bij te stellen ten opzichte van de cijfers die eind 2007 uitgebracht
werden.
Anderzijds lijkt het dat de opkomende economieën en
China in het bijzonder tot nu toe relatief gespaard zijn van de uit de
“subprime-crisis” voortvloeiende moeilijkheden op de financiële markten, en,
overeenkomstig de verwachtingen, vertraagt het groeitempo er hooguit licht
ten opzichte van de uitzonderlijke resultaten van 2007.
Hoewel hun vooruitzichten zeer voorzichtig zijn omdat
met talrijke risicofactoren rekening wordt gehouden, wijzen zowel de
Europese Commissie (February Interim Forecast) als de OESO (March Interim
Assessment) erop dat de Europese economieën relatief robuust zijn, zelfs al
stelt de OESO dat in de eurozone “growth is set to remain on the low side of
potential for some time”.
De indicatoren van het consumenten- en
ondernemersvertrouwen dalen sinds augustus 2007 zowel in de eurozone als in
de hele Europese Unie. Het vertraagde groeitempo heeft zich in het vierde
kwartaal van 2007 geuit, met een bbp-stijging van slechts 0,4% in de
eurozone ten opzichte van het vorige kwartaal. Zowel de binnenlandse vraag
als de buitenlandse handel zijn langzamer toegenomen. De particuliere
consumptie ondervindt de weerslag van de gestegen inflatie die verband houdt
met de sterke verhoging van de energie- en voedselprijzen. Zij wordt echter
ondersteund door de nog steeds gunstige toestand op de arbeidsmarkt.
Daarnaast zijn de hoge winstgevendheid en de gezonde financiële toestand van
de ondernemingen positieve factoren. De bijdrage van de uitvoer tot de groei
zou beïnvloed moeten worden door de vertraagde Amerikaanse economie en
waarschijnlijk door de sterkte van de euro. Tot op heden blijkt zij echter
goed weerstand te bieden in de context van een wereldgroei die ondanks alles
uitgesproken blijft.
Op basis van de gegevens die midden maart in haar
bezit waren, heeft de OESO voor de grote Europese economieën in elk geval
haar groeivooruitzichten voor 2008 bijna niet gewijzigd ten opzichte van de
ramingen van december 2007. Deze ramingen komen overeen met de aangepaste
vooruitzichten van februari 2008 van de Commissie.
De internationale
economische context die gebruikt werd in de Economische Begroting van
januari 2008, bleef dus een globaal geldige referentie bij de opmaak van de
Begroting. Toch zijn de onzekerheden mettertijd waarschijnlijk vergroot en
wijzen de risicofactoren thans sterker op resultaten die mogelijk minder
gunstig zijn dan verwacht. Volgens de macro-economische vooruitzichten van
maart van de ECB, die nog niet beschikbaar waren bij de opstelling van de
Begroting, is bijvoorbeeld een mogelijke conjuncturele vertraging
waarschijnlijker, die iets aanzienlijker zou zijn dan verwacht op het einde
van 2007.